Skellig Michael – het witte martelaarschap
Als plekken van scholing moeten de Ierse kloosters een meer dan toevallige relatie hebben gehad met de goed ontwikkelde scholen van voor-christelijk Ierland, waar de druïden, barden en brehons (rechters) hun veeleisende opleiding ontvingen…. In Ierland was, anders dan in Brittannië en Gallië, de cultuur van de druïden nooit met geweld vernietigd. Al boog druïdendom als religie voor het christendom, barden en brehon bleven in functie. De barden waren talrijk en van grote invloed gedurende de monastieke tijd, en sommige van de Ierse heiligen waren hun leerling.
Uit: John T. McNeill, The Celtic Churches, a History, A.D. 200 tot 1200
Eind negentiende eeuw reisde Alexander Carmichael in zijn werkzaamheid als ambtenaar over alle eilanden aan de westkust van Schotland. Zijn grote liefde gold de taal, gebruiken en gedichten van de mensen van de eilanden. Hij tekende gebeden en gedichten op van eenvoudige mensen en vertaalde ze in het Engels vanuit zijn bijzondere kennis van het Gaelic. Voor de eenvoudige mensen van de eilanden was het een intieme, kostbare rijkdom die ze hem toevertrouwden.
Op een avond stond een oude venerable islesman Alexander Carmichael toe een uitzonderlijk mooie rune (spreuk) op te schrijven over de-slaap-in-gaan. De volgende ochtend reisde de oude man zesentwintig mijl om van Carmichael de belofte te vragen om de spreuk nooit in drukvorm te laten verschijnen. ‘Denkt u’, zei de oude man, ‘dat ik vannacht één oog dicht heb gedaan, door de gedachte aan wat ik weggegeven heb? Trots ben ik als het uzelf tot vreugde strekt, maar ik zou niet willen dat koude ogen het lezen in een boek.’
naar een bericht van Kenneth MacLeod, uit The sun dances (London 1960)
over Alexander Carmichael, Carmina Gadelica, 1922






























